De Brusselaars houden van hun frietkoten, dat is af te leiden aan het aantal frituristen en fritologen in Brussel. Nergens krijgen de gouden stokjes zoveel aandacht. Er is het internationaal befaamde frietkot, het gemediatiseerde frietkot, het feng shui frietkot en het beste frietkot.
Zoals dat alleen in Brussel kan, houden we nog het meest van lelijke barakken en niet van hi-tech frietpaleizen. En als ze naar traditie ruiken, lusten we de frieten het best.
Moet er een kwaliteitslabel komen, of een appellation d’origine controlée, beschermd erfgoed ? Moeten de lelijke barakken geweerd worden uit het straatbeeld, of juist gekoesterd ? Moeten of kunnen we ze toeristisch exploiteren ? Een frietparcours ?
Kortom, wordt ons frituristisch potentieel onderbenut ?


Waarom geen nationaal monument ter ere van de friet in Brussel ! Een stad die Manneken Pis en De Friet als symboelen heeft, d’as pas zwanze.
Ja, dat monument zie ik wel zitten. Een grote frietzak die mayonaise spuit midden op een vernieuwd Brouckèreplein ter vervanging van de verplaatste Anspachfontein.
En nog te lanceren volgend jaar tijdens de week van de smaak: een geschiedkundig verantwoord friet- en bierparcours met kortingbonnetjes!